De achtergrond van de zaak
De heer Syed dreef een winkel in Stockholm (Zweden) waar hij, zonder toestemming van de rechthebbende, kleding en accessoires verkocht met auteursrechtelijk beschermde motieven van rockmuziek. De winkel van Syed werd regelmatig aangevuld met goederen uit een opslagplaats naast de winkel en uit een andere opslagplaats in een buitenwijk van Stockholm. Identieke betwiste goederen werden te koop aangeboden in de winkel en in voorraad gehouden in beide opslagplaatsen.
De heer Syed werd strafrechtelijk vervolgd voor (onder andere) schending van het auteursrecht. Zowel de verkoop als het te koop aanbieden van de goederen in de winkel werd inbreukmakend bevonden. De verwijzende rechter, de Högsta domstol, heeft echter de vraag opgeworpen of goederen met een beschermd motief kunnen worden geacht te koop te worden aangeboden wanneer zij in opslagplaatsen worden bewaard, wanneer identieke goederen te koop worden aangeboden in een winkel die door dezelfde persoon wordt gerund. De verwijzende rechter stelde bovendien de vraag of het in dat verband relevant is om rekening te houden met de afstand tussen de plaats van opslag en de plaats van verkoop.
Het oordeel
Het Hof herhaalt allereerst zijn bevindingen in de zaken Dimensione Direct Sales en Labianca (C-516/13) en eerdere arresten, waarin het oordeelde dat een handeling voorafgaand aan de daadwerkelijke verkoop van een auteursrechtelijk beschermd werk met het doel een dergelijke verkoop te bewerkstelligen, inbreuk kan maken op het distributierecht van artikel 4, lid 1, van AuteursrechtrichtlijnRichtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, maar dat daartoe moet worden bewezen dat de betrokken goederen daadwerkelijk bestemd zijn om onder het publiek te worden verspreid.
In dit verband oordeelt het Hof dat de opslag van goederen met auteursrechtelijk beschermde motieven “kan worden beschouwd als een dergelijke handeling indien is bewezen dat die goederen daadwerkelijk bestemd zijn om te worden verkocht aan het publiek zonder de toestemming van de auteursrechthebbende” (punt 30). Het feit dat identieke goederen worden verkocht kan een aanwijzing zijn dat de opgeslagen goederen ook bedoeld zijn om in die winkel te worden verkocht, maar dit kan niet worden afgeleid uit dit enkele feit. Zoals het Hof stelt: “In de omstandigheden als die van het hoofdgeding kan niet worden uitgesloten dat alle of een deel van de opgeslagen goederen niet bestemd zijn om te worden verkocht op het grondgebied van de lidstaat waarin het op die goederen aangebrachte werk beschermd is, zelfs als zij identiek zijn aan de in de winkel van de handelaar te koop aangeboden goederen” (punt 33).
Of alle opgeslagen waren die identiek zijn aan de waren die in een winkel worden verkocht, bestemd zijn om in die winkel te worden verhandeld, dan wel slechts enkele daarvan, moet de verwijzende rechter beoordelen aan de hand van de gegevens waarover hij beschikt (punt 36). In dit verband “moet rekening worden gehouden met alle elementen die kunnen aantonen dat de betrokken goederen zijn opgeslagen met het oog op de verkoop ervan, zonder toestemming van de auteursrechthebbende, in de lidstaat op het grondgebied waarvan de op de goederen aangebrachte motieven auteursrechtelijk zijn beschermd” (punt 38). Het Hof noemt enkele voorbeelden van factoren die volgens het Hof in dit verband relevant kunnen zijn: “de regelmatige bevoorrading van de winkel met goederen uit de betrokken magazijnen, boekhoudkundige gegevens, het aantal verkopen en bestellingen in verhouding tot het aantal opgeslagen goederen, of de lopende verkoopovereenkomsten” (punt 39).
Met betrekking tot de afstand tussen de plaats van opslag en de plaats van verkoop oordeelt het Hof vervolgens - niet verrassend - dat “hoewel onder die elementen de afstand tussen de opslagplaats en de verkoopplaats een aanwijzing kan zijn om vast te stellen dat de betrokken goederen bestemd zijn voor de verkoop in die verkoopplaats, kan die aanwijzing als zodanig niet beslissend zijn” (punt 39).